Blog

Gastblog: Linda Lettinga


Clean Verslavingszorg vroeg vorige week op Facebook waar de volgende blogpost over zou moeten gaan. Er waren meerdere reacties over de impact van verslaving voor naasten.

Daarom hebben wij Linda Lettinga gevraagd om haar kant van het verhaal te vertellen.



Mijn naam is Linda Lettinga en mijn broer Mark is nu bijna 4 jaar clean na jarenlange drank & drugsverslaving. Dat is uiteraard prachtig en knap en iedereen komt voortdurend allemaal superlatieven tekort. 

Ondertussen heeft zijn jarenlange verslaving natuurlijk ook een spoor van verwoesting in andere levens achtergelaten, waaronder in dat van mij.

Ik ben jarenlang voorgelogen, bedrogen, bewerkt, gemanipuleerd en zelfs geïndoctrineerd. Ik ben gevoelig en dat wist hij. Dus ik was vaak ‘de enige die hem kon helpen’. Ik trapte daar in. Achteraf natuurlijk een klassiek gevalletje van zijn verslaving in stand houden.

Ik zag al vrij vroeg dat Mark nogal excessief met drank en drugs omging. Ik was ook geen heilige en heel lang konden we het beide onder de noemer ‘recreatieve gebruikers’ wegschrijven.

Maar Mark was grenzeloos. En ging het steeds vaker stiekem doen. In zijn eentje. Zonder vrienden of festival. 

Als ik mijn zorgen daarover uitsprak, moest ik me natuurlijk niet zo aanstellen. 

Het viel allemaal wel mee. En als dat niet genoeg voor me was, dan kreeg ik wel om mijn oren geslingerd dat ik zelf geen haar beter was.

Hij wees altijd met een vinger naar anderen, bang om naar zijn eigen gedrag/gebruik te moeten kijken.

Ik denk dat hij heus wel heeft geweten dat het foute boel was, maar ‘ze’ denken toch vaak dat ze het nog wel zelf op kunnen lossen. Maken zichzelf wijs dat ze er heus niet afhankelijk van zijn. En zeggen dat zo vaak dat ze er zelf in zijn gaan geloven.

Ik ben eigenaresse van Consulinn, wij helpen mensen afvallen en daarna hun behaalde gewicht te behouden. 

Zelf worstel ik ook regelmatig met mijn gewicht en herken veel van de verslavingsproblematiek in mijn eigen praktijken en dus ook in mijn eigen leven.

Elke dag denken: ‘vanaf nu ga ik het echt anders doen allemaal.’

En halverwege de dag dat idee alweer aan de kant geschoven, want daar kun je natuurlijk ook prima morgen mee starten.

Als ik dat tegen Mark zei, dan was dat totáál iets anders. Onze cliënten hadden echt een probleem. Hij niet. Hij kon er zo mee stoppen als hij zou willen. Maar dat was niet nodig, want hij had er geen problemen mee. Ik was degene die er een probleem van maakte en moest eens ophouden zo te zeuren.

Dat is -los van alle streken die hij geflikt heeft- misschien wel een van de ergste dingen die (sommige) verslaafden doen. De schuld bij een ander neerleggen. De boel zo verdraaien dat de ander zich schuldig voelt. Verwijten maken terwijl ze er zelf helemaal niks van bakken.

Dat zie ik al een tijdje gebeuren in mijn naaste omgeving bij een van mijn beste vriendinnen en haar verslaafde ex en dat maakt me nog elke keer zo ontzettend kwaad. 

Hij zit in de slachtofferrol en zij doet alles fout volgens hem. Terwijl zij degene is die alles voor hun kind doet en alle verantwoordelijkheden in haar eentje draagt.

Ik gun het hem en zijn omgeving van harte dat hij clean wordt, maar ondertussen heeft hij zoveel kapot gemaakt en ziet dat zelf dus echt niet. 

Frustrerend. 

En helemaal als de schuld bij een onschuldige gelegd wordt die er het beste van probeert te maken.

Dat onrecht heb ik ook altijd zo gevoeld. 

Mark heeft er zelfs voor gezorgd dat mijn ouders en ik elkaar niet meer wilden spreken. Mark had een schuld opgebouwd natuurlijk door zijn gezuip en vooral gesnuif en mijn ouders losten dat voor hem af.

Zij wilden niet zien dat alleen schulden afbetalen geen oplossing was. De kern van het probleem werd niet aangepakt, alleen de uitkomst werd opgelost.

‘Hij heeft toch geen geld, dus dan kan hij ook niet gebruiken.’ Ik hamerde maar op behandeling, maar ook zij zaten verstrikt in de manipulatieve leugens van Mark. En ik stelde me dus aan, moest ophouden te zeuren. Ze raakten geïrriteerd als ik er over begon en ik hoef je niet uit te leggen hoe snel Mark daar zijn manipulatieve sausje weer overheen goot. 

Dus ik stond te roepen in de woestijn. Tevergeefs. 

En Mark? Die had vakantiegeld gekregen en ging rustig naar Thailand. In plaats van dat hij mijn ouders dat geld gaf die hem zo uit de brand hadden geholpen, dacht hij alweer alleen aan zijn eigen belang. 

En die ruimte werd hem gegeven.

Ik deed zijn financiën en beheerde zijn geld. Hij mocht eens in de drie dagen €20 ophalen zodat hij eten en shag kon kopen, wat resulteerde in oplaaiende ruzies in de wachtruimte van mijn bedrijf. Daar mocht hij niet komen om geld te halen, maar dat maakt iemand die drugs wil kopen echt niet uit. Hij deed dat dus toch. Met allerlei smoesjes over kappers, boetes en de hele santenkraam. 

Ik gaf niet zomaar toe en dat werd me natuurlijk niet in dank afgenomen. 

Dit zijn een paar piepkleine fragmenten uit het verleden, ik kan er serieus een omnibus over schrijven en dan staat nog alles er niet in.

Ik heb er keihard voor geknokt om Mark een kliniek in te krijgen, ik heb nachten het internet ontleed wat nou het beste bij hem zou passen: bijna tegen elke prijs. Want Mark dacht dat ik tegen hem vocht, maar ik was de enige die vocht voor zijn toekomst. Hij niet. 

Het gekke is dat toen hij er eindelijk in zat, ik me afvroeg of het niet allemaal wat overdreven was. In de kliniek die ik uitgezocht had werd de familie er veel bij betrokken en dat was ook een van de redenen dat dit me de beste kliniek leek. Plus het feit dat naast alle gedragstherapeuten en psychiaters de verslaafden begeleid werden door ex-verslaafden. En die kennen alle excuses en smoesjes wel natuurlijk, dus ze zouden daar zo door Mark heen prikken, hoopte ik. 

Mijn ouders brachten Mark naar de kliniek en hadden daar ook meteen een bijeenkomst voor de familie. Ik zat thuis met een knoop in mijn maag te wachten tot ze terugkwamen.

Mijn vader zei toen hij binnenkwam: “Mark kan er helemaal niks aan doen, joh. Verslaving is een ziekte!”

Dat ben ik natuurlijk met hem eens, maar vind niet dat mensen zich daar achter kunnen verschuilen en ‘er niks aan kunnen doen’.

Want een ziekte heb je niet in de hand, in het geval van verslaving heb je wel zelf in de hand of je je laat behandelen of niet.

We hadden een familiedag in de kliniek toen Mark daar een aantal weken was en daar gingen mijn vader en ik samen heen. 

Van tevoren moesten we Mark een schadebrief schrijven, over wat zijn verslaving met ons had gedaan. En wat voor invloed dat heeft gehad.

Ik durfde mijn schadebrief eerst niet eens aan hem te schrijven, want het ‘zou toch allemaal wel meevallen’. Zover gaat manipulatie dus. 

Ik stelde het steeds uit. Ondertussen werd mijn huis gebouwd, had ik het afschuwelijk druk op mijn werk en voedde ik ook nog alleen een kind op.

Ik wilde niet naar de pijn. Totdat ik begon te tikken. Wat uiteindelijk rammen op dat toetsenbord werd. Met de hete tranen die over mijn wangen stroomden. 

Razendsnel had ik een aantal A4tjes volgeschreven. 

Toen ik de brief verstuurde naar Mark zijn begeleider, trilden mijn handen: deed ik hier wel goed aan? Was ik niet te hard voor hem? Kon ik hem niet nog ergens ontzien? Misschien viel het toch allemaal wel mee...

Natuurlijk viel het niet mee. Want hij zat daar heel prima, er moest iets gebeuren. 

In de ochtend zaten we samen met familie van de andere verslaafden in een kring en werd er gepraat. Vreselijk was dat. Wat een leed. 

Er zaten kinderen van verslaafde ouders, bezorgde moeders, radeloze echtgenotes en vrienden. Elk met hun eigen verhaal, de een nog erger dan de ander. 

Moeders die tegen bomen aan waren gereden, bij iedereen was wel geld gestolen: allemaal drama en allemaal gebroken mensen.

Ondertussen zat Mark met zijn ‘fellows’ in een andere ruimte en moesten ze de ongelezen schadebrieven voordragen. Wij hadden hem dus ook nog niet gezien.

Mark vertelde later dat mijn brief hem echt geknakt heeft. De brief loog er ook niet om. 

Want de week daarvoor was ik bij hem op bezoek geweest en toen zei hij letterlijk: “ik weet wat ik papa en mama & Arthur (onze broer) heb aangedaan, maar jou heb ik toch niet echt beschadigd?”

Dat deed zo ontzettend veel pijn: ik werd dus totaal niet gezien. Terwijl ik de enige was die hem steeds uit de shit hielp. 

In de middag kwamen de verslaafden bij hun familie zitten en moesten ze op de brieven reageren en kregen ze ook elk nog commentaar of een opdracht van de psychiater/gedragstherapeut mee. 

Mark was als laatste en kreeg de volgende boodschap mee: “wat jij hebt gedaan is misschien wel het allerergste van allemaal hier. Jij hebt er bijna voor gezorgd dat jouw zus van de familie verstoten werd door jouw verslaving. Jij hebt heel wat goed te maken, jouw opdracht is dat je een reactie schrijft op haar schadebrief: dat verdient ze.”

Dat was zo bijzonder. Eindelijk erkenning. Ik had het tóch goed gedaan. 

Pfff, wat een emotionele achtbaan! 

Van jaren en jaren en jaaaaaaren.

En toen kwam hij uit de kliniek. Na een maand. Clean. Iets wat ik al jaren wilde. 

En toen kon ik hem niet meer luchten of zien. Heel vreemd. Er kwam zoveel pijn los, zoveel boosheid. Mark had een maand aan zichzelf gewerkt en kwam als herboren terug. Ik niet. Ik zat nog middenin de puinhopen van jarenlange verwoesting en destructie. Ik stortte in. 

Zo zie je maar wat een verslaafde kan aanrichten in zijn omgeving. 

Zicht- en onzichtbaar. Pijn. Vertrouwen kwijt. Radeloos. Wanhoop. Woede. Angst. 

Ik had er ook moeite mee dat iedereen zó trots op hem was en het zó geweldig van hem vond. Dat was het natuurlijk ook. Maar ik kon er niet naar luisteren. 

En ook niet naar hem. 


We hebben ons ruim twee jaar op heel dun ijs begeven, het was echt moeilijk om nader tot elkaar te komen. Ik wilde me niet meer laten kwetsen en hij wilde juist dichtbij komen. 

En nu? Nu gaat het na bijna vier jaar eindelijk goed! We zoeken elkaar op, bellen regelmatig: onze band is zo goed als hersteld.

Mijn vader zei gistermiddag: ‘alles wat Mark nu doet, kan en bereikt, heeft hij VOLLEDIG te danken aan jou en aan jouw doorzettingsvermogen.’

Een ontzettend groot compliment, wat me natuurlijk een heel goed gevoel geeft.

Daar wil ik mee zeggen: geef niet op als je een verslaafde in je omgeving hebt. Misschien kun je toch het verschil maken en tot hem of haar doordringen. 

Mark is samen met zijn compagnon Kor van der Meer Clean Verslavingszorg gestart en ze helpen mensen die met een verslavingsproblemen zitten door ze naar de best passende kliniek door te verwijzen. Ze weten waar ze het over hebben: ze zijn beide ervaringsdeskundigen en hebben zich na hun herstel helemaal omgeschoold om anderen te helpen. Ze zetten zich ook in op het gebied van preventie en geven voorlichtingen. Superbelangrijk!

Zij zijn de levende voorbeelden dat het kan!

En ik kan gewoon weer trots zijn op mijn broer. ❤

Ik weet niet wat het percentage verslaafde mensen in Nederland is, wat ik wel weet is dat het aantal mensen die geraakt worden door de verslaving van een naaste vele malen groter is. 

Het gaat zó diep, het doet zóveel pijn.

Dus heb je een broer, oom, vriendin waarover jij je zorgen maakt? Of zit je zelf op een punt dat je wel weet dat het rigoureus anders moet, want anders...


Neem gerust eens contact op met Clean Verslavingszorg, dat kon alles wel eens veranderen..